Veertig jaar na de initiële release verschijnt Angel’s Egg in een gerestaureerde versie “voor het eerst” in de bioscoop. Al was in deze sluimervertelling van Mamoru Oshii tijd altijd al fluïde en blijken verhaalversies nog steeds verweven.
“This spinal landscape, with its frenzied rocks towering into the air above the silent swamp, has attained an organic life more real than that of the solitary nymph sitting in the foreground. These rocks have the luminosity of organs freshly exposed to the light. The real landscapes of our world are seen for what they are – the palaces of flesh and bone that are the living facades enclosing our own subliminal consciousness.”
– J. G. Ballard, ‘The Coming of the Unconscious’ (1966)
This spinal landscape… Dit ‘ruggengraatlandschap’ is een ophoping van de sedimentaire afzetting van tijd in een droom. Angel’s Egg (1985), geregisseerd door Mamoru Oshii en tot stand gekomen in samenwerking met de kunstenaar Yoshitaka Amano, ontplooit zich in wat je een postapocalyptisch landschap kunt noemen. Het terrein is compleet weggevaagd, overwoekerd en bezaaid met ruïnes, fossielen en cybertrash, tekens van een vorig leven.
Maar er is iets verwarrends aan de hand: de grens tussen architectuur en landschap, het mechanische en het organische, is onduidelijk. Een mechanische zon daalt af uit de hemel. De bol is een amalgaam van architecturale en mechanische elementen, bevolkt door een leger gotische robots/standbeelden. Deze zon is zowel ruimteschip als natuurfenomeen. Stoomfluiten omwikkelen haar als woekerend klimop. Ook de ornamenten aan de gevels in de verlaten stad zijn gemodelleerd naar de relatieve willekeur van het groeipatroon van planten. Daartegenover zijn de bomen doorwrocht met bundelen aders, microcircuits op een moederbord, als een versteende wirwar van kabels. Al deze elementen accumuleren zich in een massa waarvan niet meer te zeggen valt wat precies het verleden en wat de toekomst is. Het is moeilijk om te achterhalen wat hier echt eerst was, wat precies deel is van het landschap, of de afgebrokkelde Romeinse tempels onderdeel zijn van een artificieel decor.
Er moet wel iets voorbij zijn, een traumatisch punt in een diep verleden. Daar zijn de schaduwen van coelacanten (een dood-levend fossiel) “die er al lang niet meer zijn”, de gefossiliseerde schelpen en architecturale ribbenkasten het bewijs van. De term ‘postapocalyptisch’ draagt normaal gezien een aantal afgebakende tijdsverlopen in zich: een tijd voor de ramp, een tijd tijdens de ramp en dan de nasleep. Dat is het geval bij de Bijbelse zondvloed, waarin de oude wereld wordt weggevaagd om plaats te maken voor een nieuwe. De versie van het zondvloedverhaal die hier als blauwdruk dient, wordt ontdaan van dit voor, tijdens en na. De heropbouw van de nieuwe wereld blijft uit zicht. Er is oneindig oponthoud. De duif die Noach eropuit stuurt om droog land te vinden, keert niet terug met een olijftak. In het verhaal dat een van de twee personages, een man met een kruisvormig wapen, aan het meisje met het ei vertelt, is de duif nooit meer teruggekeerd. Geen van de twee weet zeker of zelfs dat echt gebeurd is, aangezien het al zo ver in het verleden ligt dat ze allebei hun eigen naam vergeten zijn.
Misschien is het maar een mythe, of de droom van een van de versteende passagiers van de ark die oneindig over de overstroomde aardbol dwaalt, zoals de jongeman beweert. Of misschien is dit de droom van een ongeboren vogel in het ei van Noachs duif, die uit de aarde opschiet als een plant. Diep verleden, verre toekomst en een uitgestrekt heden lopen door elkaar in een tijdloze eeuwigheid. De bevreemdende tijd in Angel’s Egg is een soort Bijbelse tijd, of een droomtijd, waarin alles blijft doorschemeren, waardoor het narratief zich in het landschap kristalliseert in de vorm van symbolen en archetypes. Steeds gespiegeld door het wateroppervlak, komen het uiterste begin en de verste toekomst compleet samen te vallen in een tijdloze sluimer.
REGIE Mamoru Oshii
SCENARIO Mamoru Oshii
FOTOGRAFIE Juro Sugimura
MONTAGE Seiji Morita
MUZIEK Yoshihiro Kanno
MET Mako Hyodo, Jinpachi Nezu
PRODUCTIELAND Japan
JAARTAL 1985
LENGTE 72 minuten
DISTRIBUTIE Paradiso Films
RELEASE 3 december 2025 (België), 11 december 2025 (Nederland)
Naar jaarlijkse gewoonte publiceert Fantômas tijdens Film Fest Gent korte teksten en eerste indrukken over films die geen Belgische release krijgen. Mik Schelstraete rijgt Radu Jude’s gekheid op een stokje.
Roland Emmerich schept visueel genoegen uit het tot as en puin reduceren van de architecturale symbolen van de Verenigde Staten, zijn tweede thuisland. In Moonfall laat hij de maan naar beneden donderen en zoals steeds is het een underdog die de boel moet redden. Van de maan af gezien, zijn we immers allen even groot.
Liesbeth De Ceulaers docufictiefilm Holgut verbindt mythes en legendes uit het verleden met gemoedelijke gesprekken in het heden en droombeelden over de toekomst. In alle drie waart iets van de lang uitgestorven mammoet rond: soms slechts een afdruk, soms een enkele slagtand, soms het hele beest met huid en haar en knipperende tekenfilmogen.
Vraagt een film je de ogen te sluiten, dan gaat die bijna vanzelfsprekend over de tong in filmmiddens. De verschuiving van de kijkervaring in Samsara overstijgt evenwel de gimmick. Dankzij je eigen ogen.