Le futur foutu

Napels zien en… aan het leven beginnen. Op laatstejaarsreis naar Italië hopt een groep Franse tieners heen en weer tussen verloren tijd en toekomstige tijd. Vitaal én loom, excelleert La Gradiva in een fascinerende achteloosheid.

29.10.2026 | Michaël Van Remoortere

Someone will judge his gentle soul,
Let a boy cry and you will know.
– Gala

Wanneer ik zeg dat ik mij niet veel herinner van mijn periode op de middelbare school, dan lijkt dit nogal snel voer voor psychologen, maar in de praktijk komt het er simpelweg op neer dat ik niet zo heel vaak op de desbetreffende school aanwezig ben geweest. Dat ik me helemaal niets herinner van de laatstejaarsreis naar Rome laat zich even voor de hand liggend verklaren door het feit dat ik niet aan die uitstap heb deelgenomen. Lang voor het laatste trimester dat ik op die school verplicht was door te brengen, had ik reeds voor mezelf besloten dat de handvaten die ik nodig zou hebben in de toekomst die ik voor mezelf bij elkaar gefantaseerd had, niet te vinden waren in het gezelschap van mijn leeftijdsgenoten. Groots en meeslepend wilde ik leven en hoewel daar op dat moment nog niet veel van in huis leek te komen, had ik in de evangeliën van de apostelen Edmund White, Andrew Holleran, Jean Cocteau, Marcel Proust en vooral Jean Genet wenken gevonden voor een toekomst waarin dat wel mogelijk leek. Of ik er daadwerkelijk in geslaagd ben groots en meeslepend te leven, is een andere vraag. Wat mij destijds door de eenzaamheid en intellectuele armoede van wat veel mensen “de mooiste tijd van je leven” noemen gesleept heeft, is de mogelijkheid ervan; ergens, ooit. Lezen redt levens.

Tino (Colas Quignard), als niet de protagonist dan toch de primus inter pares van La Gradiva (2026), is iemand die zich zo’n toekomst niet kan voorstellen. Alleen al om deze reden kan het langspeelfilmdebuut van Marine Atlan eigentijds, urgent zelfs genoemd worden. Nog maar twee weken geleden kreeg ik, voor het eerst in mijn leven, door de politie traangas in mijn ogen gespoten toen ik – immer de onwetendheid zelve – op weg naar LIDL met twee rieten tassen in de hand doorheen een grote groep in het zwart geklede jonge mensen probeerde te laveren. In tegenstelling tot Toni maakten zij net met veel misbaar hun gebrek aan geloof in de toekomst expliciet kenbaar. Hijzelf is eerder het type van de omtrekkende beweging. En eveneens in tegenstelling tot de studenten die door de straten van onze hoofdsteden trekken, is de malaise die Toni ervaart een wezenlijke vertaling van de socio-economische verhoudingen waartegen er hors film geprotesteerd wordt. La Gradiva is dan ook geen agitprop, maar eerder een existentiële rêverie die in lijn ligt met de tekst van Wilhem Jensen waaraan de film zijn thema’s en titel dankt. (Ik heb kennisgenomen van deze novelle en meteen ingezien dat lectuur van deze tekst mijn ervaring van de film niet zou verdiepen.)

We ontmoeten Toni in de nachttrein van Frankrijk naar Napels, waarin hij door de kier van de deur van een slaapcoupé een koppeltje postcoïtaal bespiedt. Meteen krijgen we het thema van de buitenstaander als toeschouwer en observator gepresenteerd, want ook Toni wordt in het oog gehouden, door Suzanne (Suzanne Gerin), een medestudente. De mannelijke helft van het koppeltje leren we in de volgende scène kennen als James (Mitia Capellier-Audat), de beste vriend van Toni en mogelijk ook een object van verlangen voor hem. James zal zich, gedurende de laatstejaarsreis waarvan we hier de eerste uren te zien krijgen, kenmerken door de achteloze manier waarop hij omgaat met de verlangens van zijn medestudenten en zelfs een leerkracht. Een achteloosheid die, in mijn lezing, meer met onhandigheid dan kwaadwilligheid te maken heeft, maar waarvan de gevolgen daarom niet minder fataal zijn.

Want als het leven mij één ding geleerd heeft, is dat afwijzing tot op zekere hoogte went, maar desondanks herinnert mijn lichaam zich nog steeds de pijn van die eerste keren. Zo totaal, zo omvattend. Een heden getekend door afwijzing is een heden getekend door afwezigheid. En Toni maakt er gedurende zijn schoolreisje een spel van de afwijzing voor te zijn. Hij gedraagt zich weerspannig, betweterig, balorig. De klasclown die zich er evenwel soms niet van kan weerhouden oprecht te zijn. Zichzelf niet altijd in de hand heeft. Het acteerwerk van Quignard en bij uitbreiding zijn klasgenoten, die allemaal voor het eerst acteren, slingert heen en weer tussen echt gespeeld en gespeeld echt tot deze dichotomie zijn betekenis verliest. Zelf wellicht nauwelijks de schoolbanken ontgroeid lijken ze het ongemak en de groepsdynamieken van een groep aan elkaar overgeleverde studenten nog vers in het geheugen te hebben, waardoor ze minder lijken te acteren dan zich ‘louter’ te herinneren. Als een slechte gewoonte waarin het gemakkelijk terugvallen is. Wanneer de leerlingen tegen elkaar aanleunend luisteren naar de colleges van hun leerkracht over vulkanen en de fresco’s van Pompeï (momenten die al te makkelijk als metaforen voor de rest van het verhaal gelezen kunnen worden, iets wat we daarom maar beter niet doen), is het de lethargie die zo naturel aandoet en die de momenten van energie en levendigheid – die strakker geschreven en geregisseerd lijken – alsnog redden van de uitleggerigheid waar het script soms aan lijdt.

La Gradiva is en blijft voor mij evenwel de grote Toni-show. Geobsedeerd als hij is door het verleden van zijn grootmoeder, die als meid in het huis van een adellijke Napolitaanse familie werkte tot zij in verwachting van de heer des huizes bleek en de toekomstige vader van haar kind ook nog eens als gevolg van een aardbeving ten grave moest dragen, maakt hij zichzelf wijs dat deze schoolreis hem antwoorden zal kunnen geven over wie hij was en dus ook wie hij kan zijn. De desillusie die zijn zoektocht naar de verloren tijd hem oplevert, zal de stilzwijgende katalysator voor zijn ondergang blijken te zijn. Als acteur slaagt Quignard erin, gezeten in de tuin van Toni’s voorouderlijke villa, alles wat tot dan in de ogen van Toni gesluimerd heeft te laten breken én weg te laten vloeien. Wat eerst gespeeld leek, blijkt echt te zijn en vice versa. Een tour de force waarvan je alleen maar kan hopen dat ze meer dan één keer beleefd kan worden. De toekomst zal het voor ons en Quignard moeten uitwijzen.

Het verhaal van Toni eindigt even nodeloos als onafwendbaar. Waar hij tegenover zijn Italiaanse Grindr-date nog kan liegen dat hij studeert aan de faculteit wetenschappen van een universiteit, is zelfs een gelogen toekomst uiteindelijk geen optie meer voor hem. Zeventien jaar zijn en het gevoel hebben dat het al te laat is. Foutu. Was er maar iemand die hem kon zeggen dat het wel goed komt, dat hij nog tijd heeft. Dat het niet uitmaakt. Deze schoolreis en het middelbareschooldiploma en de afwijzingen en het misprijzen. Dat het leven lang genoeg is om enkele keren te mislukken en nadien, later, alsnog iets te worden, iets te zijn. Iets wat je je nu nog niet kunt inbeelden. De toekomst heeft het grote voordeel dat ze altijd nog openligt. Tegenwoordig echter lijkt, wanneer je zeventien jaar bent, niets nog licht te zijn. De liefdesliedjes sterven al op onze lippen nog voor ze zijn begonnen.

REGIE Marine Atlan
SCENARIO Marine Atlan, Anne Brouillet
FOTOGRAFIE Marine Atlan, Pierre Mazoyer
MONTAGE Guillaume Lillo
MET Colas Quignard, Suzanne Gerin, Mitia Capellier-Audat
PRODUCTIELAND Frankrijk, Italië
JAARTAL 2026
LENGTE 145 minuten
DISTRIBUTIE Cinéart
RELEASE 28 oktober 2026 (België), nog te bevestigen (Nederland)

gerelateerde artikelen
 

Perfecte offerlammeren

Cannes-selectie, Film Fest Gent-opener, Oscar-inzending. Coward drukt de voetstappen van Girl en Close. Of wijkt Lukas Dhont met zijn derde film toch af van eerder begane paden?

Sarah Arnold over L’espèce explosive

L’espèce explosive van Sarah Arnold is een film over politieagenten en over everzwijnen, die massaal opduiken in Noord-Frankrijk, maar eigenlijk ook over theater en zelfontdekking. Wie opent de jacht?

 
 

Fantômas #3: voor altijd groen

De nog jonge kunstvorm film meet zich graag jeugdigheid aan. Als om zich voor altijd de verse loot aan een robuuste stam te kunnen wanen grijpen z’n vormen en verhalen – vooral wanneer ze het adolescente leven verbeelden – vaak naar een springerig, stuurloos karakter, zich vastklampend aan de ostentatieve onrust die losbarst uit alle kanten nergens op groeiende lijven en levens.

Twee keer een zonsondergang

When the Light Breaks balt een rouwproces in één dag, met stevig botsende contrasten: tussen alledaags en alles overstijgend, tussen kleine en grote emoties, tussen performance en concept. “Heb je misschien een sigaret voor mij?”

 
 

Kind Hearts: herkenbaar en radicaal

Na vertoningen op de Berlinale en op Courtisane bezoekt Kind Hearts vanaf deze week Belgische bioscopen. We blikken vooruit naar de film door vooruit te blikken naar Fantômas #3, waarin we uitgebreid stilstaan bij de film van Gerard-Jan Claes en Olivia Rochette.