Herinneringen aan een blauwe jongen

Blue Heron is het indrukwekkende debuut van de Canadees-Hongaarse Sophy Romvari, die zich daarvoor deels baseerde op haar eigen jeugd. Terwijl een Hongaars immigrantengezin tracht te wennen aan hun nieuwe omgeving in Vancouver Island, lijkt hun oudste zoon steeds meer te ontsporen. En dat voor de ogen van het jonge meisje Sasha.

02.09.2026 | Wolfram Vandenbergen

Het achtjarige meisje Sasha (Eylul Guven) krijgt een camera in haar handen gestopt. Er ligt een blik van verdriet en bezorgdheid in haar ogen zoals alleen kinderen die kunnen hebben. Een blik die zegt: hoe kan ik helpen? En het fatale besef dat volgt: ik kan niet helpen.

Klik, de camera rolt.

Je spoelt terug en denkt: Maar later wel toch, als ik ouder ben? Dan kan ik wel helpen. Probeer de puzzel opnieuw te maken, probeer terug te keren in je herinnering, zie jezelf zitten in de woonkamer, de keuken, de tuin, de slaapkamer van je ouders. Het kostte moed en energie om thuis te zijn. Nu je ouder bent en ver weg je eigen leven leidt, durf je wel nog terug te keren? Kan je ooit echt terug?

De stijl van Romvari’s Blue Heron doet meteen denken aan het literaire genre autofictie. Daarin staat niet alleen het verleden van de auteur centraal, maar ook de manier hoe de auteur vandaag probeert om te gaan met dat verleden. Beide aspecten worden gefictionaliseerd in het personage van Sasha, eerst als jong meisje en later als filmmaker. Vanuit die autofictieve benadering opent de film zich naar grotere vragen over herinnering en representatie: wat betekent het om een persoonlijke herinnering en een breder maatschappelijk probleem te begrijpen? Wat doen we dan? Hoe gaan we te werk? Hoe gebruiken we verhaal en beeld om dat proces weer te geven? Een afwisseling tussen beelden van de late nineties en nu met aangepaste textuur; korrelig en warm toen, scherp en koeler vandaag. Technologie verandert, onze samenleving verandert, maar mensen blijven toch verdacht hetzelfde.

Aan de basis van Blue Heron ligt de vraag van oriëntatie. Hoe banen we ons een weg door het leven? Hoe verstaan we de codes van de samenleving, van onze familie? Hoe verstaan we codes van wezens die zeggen: “Fuck de samenleving, fuck de familie!” En wat gebeurt er als deze codes botsen?

Jeremy (Edik Beddoes), de oudste zoon in Sasha’s gezin, is zo’n jongen bij wie codes botsen. Sasha’s ouders schrikken wakker in de nacht door het geluid van gebroken glas, Jeremy staat in de keuken naast een gebroken ruit, zijn vuist bloedt, mama drukt teder op de wonden, maar angst blijft in de kamer. Ja, zijn ouders, die alle warmte, zorg en steun willen geven aan hun zoon, zelfs die liefdevolle ouders weten niet meer wat ze moeten doen. Jeremy bewaart altijd een klein beetje benzine op zijn kamer en dreigt het huis ooit af te branden met iedereen erin. Het is duidelijk: deze wereld van ons werkt niet voor hem. De wereld van politie, privaat eigendom en “wat zullen de buren zeggen?”, maar ook de wereld van vrienden maken, uitstapjes naar zee en familiaal geluk. In Blue Heron draagt niemand echt schuld, uiteindelijk gaat het over mensen die het beste voor hebben met elkaar, alleen is dat vaak niet genoeg.

Romvari geeft ook speciale aandacht aan het instrument waarmee we ons oriënteren en brengt zo een subtiele en tedere ode aan die mooie machientjes: Sasha met haar handcamera, met haar herinnering, papa met zijn analoge fototoestel, mama met haar liefde en een klein leger van sociale werkers en Jeremy met zijn pastel landkaarten. Alles wordt opgenomen. De camera draait. Het geheugen is een filmrol en hoe groter dat archief, hoe meer het heden in het teken komt te staan van het verleden. Is dat wat deze film tot leven wekte? Het onderzoek in dat archief?

Een Amerikaanse Blauwe Reiger glijdt over de golven van de Noordelijke Stille Oceaan, Jeremy strompelt over het strand en springt tussen de rotsen. Een jongere en dan weer een oudere Sasha volgt hem.

Blue Heron getuigt van een verschuiving: nieuwe technieken komen in nieuwe handen. Ook de macht verschuift. Waar van oudsher de overheid, economische en culturele instellingen een monopolie hadden op de middelen van archivering, toont Romvari dat een archief meer kan zijn dan een incognito, institutioneel kennisapparaat. Dat leidt geregeld tot botsingen. Tussen ouders en sociaal werkers, tussen Jeremy en de politie. Tussen hoe wij onze eigen ervaringen vormgeven en opnemen en hoe de samenleving onze levens opneemt. In die strijd tussen het persoonlijke en het maatschappelijke blijken Sasha, Jeremy en hun ouders de archieven van hun eigen leven te maken.

De vraag naar oriëntatie wordt zo een persoonlijk manifest van hoop. Dat wie vanaf het prille begin genoeg van het eigen leven kan vastleggen, later altijd nog de kans heeft om het aan elkaar te lijmen. Al kan geen enkel archief terugbrengen wat in de tred der dingen achterbleef.

REGIE Sophy Romvari
SCENARIO Sophy Romvari
FOTOGRAFIE Maya Bankovic
MONTAGE Kurt Walker
MUZIEK Blitz//Berlin
MET Eylul Guven, Edik Beddoes, Iringó Réti
PRODUCTIELAND Canada, Hongarije
JAARTAL 2025
LENGTE 91 minuten
DISTRIBUTIE Cherry Pickers
RELEASE 2 september 2026 (België), 4 juni 2026 (Nederland)

gerelateerde artikelen
 

Broerlief

Vijftien jaar lang filmde Laure Portier haar jongere broer. Het resultaat is debuutfilm Soy libre, waarin ze hem ondervraagt, volgt in zijn zoektocht en met liefde portretteert.

Rand Abou Fakher over So We Live

So We Live plaatst je te midden van een appartement, een familie en een oorlog. Vanuit een strakke vorm hoopt de jonge cineast Rand Abou Fakher de personages van haar korte film openheid te schenken.

 
 

Ontworteling

In samenwerking met Film Fest Gent publiceren we in de reeks ‘Wide Angle’ reflecties bij filmvertoningen. In Gouden Beerwinnaar Alcarràs van Carla Simón vindt Boet Meijers het onvermijdelijke verloop van voortbestaan en verlies op het Catalaanse platteland.

De leegte die Camillo heet

In het hart van Marco Bellocchio’s oeuvre spookt een grote afwezigheid. Sinds 1968 probeert hij in verschillende van zijn films die leegte te bevatten. Met de autobiografische documentaire Marx Can Wait, waarin hij fragmenten van zijn vroeger werk opneemt, zet hij zijn pogingen verder om wijs te worden uit het ontbreken dat mee aan de grondslag ligt van zijn maakdrang.

 
 

Fuck the shame away

Het horrorgenre is niet gestorven aan zijn eerste gendertransgressie. Volbloed liefhebber Jane Schoenbrun gaat er na We’re All Going to the World’s Fair (2021) en I Saw the TV Glow (2024) graag opnieuw mee aan de slag. En laat daarbij vrijelijk lichaamssappen vloeien.