Fuck the shame away

Het horrorgenre is niet gestorven aan zijn eerste gendertransgressie. Volbloed liefhebber Jane Schoenbrun gaat er na We’re All Going to the World’s Fair (2021) en I Saw the TV Glow (2024) graag opnieuw mee aan de slag. En laat daarbij vrijelijk lichaamssappen vloeien.

20.08.2026 | Michaël Van Remoortere

“Do you fuck what you consider? I’m not talking about politics. I’m talking about sex.”

Bruce Benderson

 

Niemand neukt nog. Naar verluidt. Ik moet het in de kranten lezen. Telkens opnieuw. Van hetero’s vermoedde ik al zoiets. Ik ben net terug van een maand Griekenland en als ik daar de ouderparen met hand en tand zag proberen hun nageslacht ietwat onder controle te krijgen of te houden, dan kan ik me voorstellen dat zij ’s avonds – wanneer nageslacht dan toch lijkt te slapen – niet meer de energie hebben om zelfs maar de kleren van het eigen lijf te rukken. Edoch blijken nu ook niet-hetero’s steeds vaker deze dans te ontspringen. Als ik de populariteit probeer te begrijpen van een serie als Heartstopper – waarin twee zestienjarige jongens elkaar constant via hun phone berichten sturen met de steeds weer herhaalde vraag “hoe het met je gaat”, maar op diezelfde phone nog nooit porno gekeken hebben zodat ze na een eerste poging tot voornamelijk onder de lakens verstopt handwerk expliciet de vraag stellen “of dit nu seks was” – dan denk ik dat nu ook de queer jeugd het recht op truttigheid wenst op te eisen. En dat is allemaal goed en wel, natuurlijk, maar, en dit zal wellicht mijn leeftijd verraden, queerness is althans in mijn beleving moeilijk te rijmen met een wereld waarin preutsheid weer tot een morele deugd verheven wordt.

De titel van Jane Schoenbruns nieuwe film en de derde in hun zogeheten Screens-trilogie kan dan ook programmatisch gelezen worden: Teenage Sex and Death at Camp Miasma. (Toto, I don’t think we’re on Netflix anymore.) Hoewel deze film als horror gemarket lijkt te worden, is het eerder een pastiche op de vorm, een liefdesbrief aan genre (etymologisch zowel ‘gender’ als ‘stijl’), een campy ode die voorbij de ironie iets echts hoopt aan te reiken. Een queer film, quoi. Hoofdpersonage en ogenschijnlijke stand-in voor de schrijver-regisseur van de film is Kris (Hannah Einbinder), een Sundance-wunderkind dat na een enkel door critici opgehemelde eerste lowbudgetfilm (een herwerking van Hitchcocks Psycho vanuit het standpunt van… het douchegordijn) van Hollywood de kans krijgt om een oude slasherfilmreeks nieuw leven in te blazen. In de mooiste openingcreditssequentie die ik me sinds lange tijd kan herinneren, dwalen we door een museum van parafernalia dat ons de geschiedenis van de Camp Miasma-filmreeks aanschouwelijk maakt: van het succesvolle, commerciële en althans voor de kerk controversiële begin langs het straight (haha) to video-verval tot de herontdekking, herwaardering en herinterpretatie van met name de antitrans- en homofobe aspecten van de films. Reden waarom Hollywood Kris, als queerpersoon (she/they pronouns), de ideale persoon acht om deze controversiële zombie-IP nieuw leven in te blazen.

Kris is slim genoeg om te beseffen dat ze als mijnenveger het slagveld van het publieke discours opgestuurd wordt, maar heeft zelf persoonlijkere redenen om toch voor deze remake/reboot te tekenen. Toen zij als achtjarige de videoband van de eerste Camp Miasma als bij toeval onder ogen kreeg, wekte de film, en vooral de blik in de ogen van actrice Billy Presley (Amanda Fix is de jonge Billy), iets in haar wat uiteindelijk tot de realisatie van haar eigen queerness zou leiden. De zoektocht van wat die film, die blik voor haar betekend heeft, leidt Kris op het moment dat we haar in haar auto ontmoeten naar het grensgebied van de Verenigde Staten en Canada, alwaar zij een afspraak heeft met de actrice die haar zovele jaren eerder als een winnaar onderuithaalde. De nu zestigjarige Presley (gespeeld door dé Gillian Anderson, never sexier, in een soort Blanche DuBois/Norma Desmond-drag) blijkt tot Kris’ verrassing te wonen op de campsite waar de film die beiden nu opnieuw samenbrengt, opgenomen werd. Hoewel ze als originele final girl aanbiedingen kreeg om op te draven in Camp Miasma Part Two en ook het derde vervolg, keerde Presley de wereld de rug toe en leefde jarenlang als heremiet op de site van haar grootste succes en, zoals zal blijken, oertrauma.

In zekere zin doet Teenage Sex and Death at Camp Miasma denken aan Kill Bill, waarvan de Whole Bloody Affair enkele maanden geleden in de Belgische bioscopen draaide. Net zoals dat Tarantinogeraas bestaat Schoenbruns film voornamelijk uit gesprekken tussen twee personen die vooral door de locaties en de tussenscènes expansiever aanvoelen dan ze zouden moeten. En net zoals in het Tarantino-universum bulkt ook Teenage Sex and Death at Camp Miasma van de referenties aan de slashercanon, zij het dat Schoenbrun weet dat deze namedropping nogal aanstellerig is maar daarom niet minder leuk wanneer het tongue firmly planted in butt-cheek gebeurt.

De gesprekken tussen de actrice en regisseur leggen een generatiekloof bloot wanneer Kris (in leeftijd nochtans dichter bij schrijver dezes aanleunend) queerness in leven en werk vooral als een hooglijk theoretische aangelegenheid lijkt te ervaren, waarbij academisch jargon en al te zelfbewuste Buffy-achtige quips het gebezigde taaltje uitmaken en Presley doorheen al dit geneuzel breekt met de verzekering dat Camp Miasma niet over positionality en agency ging, maar over vlees en lichaamssappen. Van de gefrituurde kip die ze serveert tot de joints die ze rookt, weet Schoenbrun rondom de performance van Anderson een universum van sensualiteit te creëren dat kitsch niet schuwt. Kitsch maakt nu eenmaal deel uit van het stilistische repertorium van verlangen dat ons – niet het minst middels de filmcanon – werd overgeleverd door zij die voor ons kwamen. Wanneer beide lichamen uiteindelijk op een berenvel voor een haardvuur komen te liggen, is dat een voorlopige overwinning van het lichaam over de geest, zij het dat Kris nog steeds door die laatste tegengewerkt wordt.

Ik schreef eerder (en ik geloof nog steeds oprecht) dat het leven makkelijk wordt eens je weet wat je wil, maar dat het vaak een leven lang duurt om erachter te komen wat dat is. Misschien was dat iets te voorbarig; een tweede stap ligt wellicht besloten in het aanvaarden van datgene wat je blijkt te willen. Ondanks of net dankzij al haar getheoretiseer lijkt Kris te worstelen met de acceptatie van wat het nu werkelijk is dat zij verlangt. (Verlangen is het enige woord dat ze in haar notitieboek opschrijft wanneer ze in een hotelkamer Camp Miasma Part VI kijkt. Een van de betere sequels waarin ze teruggingen naar de basis en het basiskamp.) Die verlangens lijken niet te stroken met haar politieke bewustzijn of met de compersie (in het Nederlands klaarblijkelijk vertaald als het “jaliefgevoel”, een woord waarvoor ze de doodstraf zouden moeten herinvoeren) die haar polyamoureuze relatie vooronderstelt. Wat ze wil, is gezien worden voor wat ze is, soms ook is, en dat blijkt niet louter de Buffy-quippende en Butler-citerende geest te zijn, maar dus tevens een lichaam met vlees en bijhorende sappen.

Dat de moordenaar van de Camp Miasma-serie ook in Teenage Sex and Death at Camp Miasma allesbehalve dood blijkt te zijn, zal niemand verbazen. De moorden die het gevolg zijn van diens heropstanding worden als expliciete fantasieën in beeld gebracht, met bewust overdreven gutsende bloedfonteinen. Dat de moordenaar de naam Little Death heeft meegekregen, moet van in het begin duidelijk maken waar het de filmmaker om te doen is en de grote finale komt dan ook geenszins onverwacht, maar komt daarom niet minder spectaculair sputterend en spuitend. In de re-enactment van de scène die haar als achtjarige kijker voor het eerst bepaalde zaken deed voorvoelen, ontdekt Kris nu pas als deelnemer de volledige draagwijdte van wat het betekent een lichaam te zijn. De grens tussen fictie en werkelijkheid is even poreus als die van onze lichamen. Transgression is the name of the game.

REGIE Jane Schoenbrun
SCENARIO Jane Schoenbrun
FOTOGRAFIE Eric Yue
MONTAGE Graham Mason
MUZIEK Alex G
MET Hannah Einbinder, Gillian Anderson, Jack Haven
PRODUCTIELAND VS
JAARTAL 2026
LENGTE 112 minuten
DISTRIBUTIE Cinéart
RELEASE 19 augustus 2026 (België), 20 augustus 2026 (Nederland)

gerelateerde artikelen
 

Monsters en heiligen

In een genre – bodyhorror – waarin metaforiek de personages weleens alle leven ontneemt, wist Julia Ducournau tot nu haar ‘monsters’ steeds een eigen karakter te geven. Vindt ook Alpha menselijkheid in monstruositeit?

Halfslachtige horror

Rouw neemt vele vormen aan, stelde Nicolas Roeg in een terugblik op zijn film Don’t Look Now (1973). In Valdimar Jóhannssons Lamb neemt rouw de vorm aan van een merkwaardig lammetje. Godsgeschenk of duivelsgebroed, het biedt een tweede kans aan een kinderloos koppel in een onuitgesproken relatiecrisis.

 
 

Porno choque

De camera verandert alles, gelooft de pornoproducent uit horrorfilm X. Met zijn kleine crew trekt hij in 1979 naar de afgelegen boerderij van een bejaard koppel om er in het geniep en goedkoop een film te draaien. Hadden ze The Texas Chain Saw Massacre gezien, wisten ze vast beter… Zolang de camera loopt, is het ‘maar’ een film, toch?

De mythe van de empathiemachine

Is het stilaan tijd om vraagtekens te plaatsen bij de nalatenschap van Roger Ebert? Wil de toeschouwer tegelijkertijd geschokt en gerustgesteld worden, dan is het zeer de vraag of er nog wel plaats is voor empathie bij het kijken.

 
 

Fantômas #2: vrij verlangen

Wat behelzen geluid en bewegend beeld dat geschreven tekst niet herbergen kan? Schrijven over film impliceert altijd tekortkomen. Die spanning stimuleert heel wat teksten in ons tweede nummer. Het prijzen van de onvatbaarheid van een film die de schrijver tegelijkertijd probeert te vatten is een paradoxale evenwichtsoefening. Koorddansen vraagt uiteindelijk om een sprong in het ongewisse.