Landschap is overal

Leven in landschappen, wonen in film. Ons vierde nummer verkent hoe cinema landschappen tekent.

13.07.2022 | Fantômas

Terwijl film station per station de moderne tijd bracht, verdween schijnbaar natuur steeds meer uit ons blikveld. Tegelijk zorgt film tot op vandaag voor nieuwe manieren om natuur te portretteren. Op het kruispunt van verdwijnen en verschijnen vinden we in film en landschap compagnons de route die elkaar slechts zelden uit het oog verliezen. Inherent aanwezig daarbij lijkt het (groeiende) besef dat natuur en cultuur niet klinisch van elkaar te scheiden zijn. Alsof natuur pas begint buiten de grenzen van ons betonnen bestaan en landschappen geen plek hebben achter gesloten deuren. Natuur altijd op een afstand houden ontneemt haar ook van zelfs nog maar de mogelijkheid van esthetische en politieke slagkracht. Zo stelt filosoof Timothy Morton: “Putting something called Nature on a pedestal and admiring it from afar does for the environment what patriarchy does for the figure of Woman. It is a paradoxical act of sadistic admiration.

De bewondering die de filmmakers in dit nummer koesteren voor landschappen staat niet in het teken van afstand. Ze staan er zo dichtbij dat ze – zoals John Ford met zijn woestijnvista’s – hun samenstellende elementen gebruiken om nieuwe filmische ruimten te creëren. Uiteraard gaat deze schepping gepaard met stilistische en politieke implicaties. Waar in het huilen van de wind over Fords Monument Valley ook het geweeklaag over honderd jaar oorlog en exploitatie weerklinkt, echoot in het werk van Karrabing Film Collective het mentale en fysieke erfgoed van de oorspronkelijke bewoners van Australië. Dromend van nieuwe verhalen vervagen de grenzen van tijd en ruimte. Over die grenzen heen blijven geportretteerde landschappen in Los Angeles en San Francisco voortleven, zo tonen de documentaire essays Los Angeles Plays Itself, The Joy of Life en The Royal Road. Hun vormen en betekenissen variëren met wie naar hen kijkt. Hitchcock, Antonioni, Varda en wij.

Landschap is overal. Het mythisch realisme van The Tale of King Crab en andere migrerende verhalen toont hoezeer een (verbeelde) verandering van terrein de vertellers doet transformeren. Ook de folkhorror van Men en The Northman staat stevig gegrond in ruwe landschappen, al herinneren ze allebei vooral aan een “paradoxale vorm van sadistische bewondering”. Dat film ook letterlijk ruimte nodig heeft, beseffen bioscopen maar al te goed. Cinéma Nova en andere alternatieve vertoningsplekken stellen zich de vraag welke plek ze innemen in een stedelijk landschap waar vastgoedlogica de plak zwaait.

Kijkend naar wandelaars boven nevelzeeën en de nazaten van zulke romantische schilderingen weten we dat landschappen vaak vooral portretten van het zelf zijn. Net als die landschappen zingen ook afbeeldingen van onszelf zich los van het directe, ‘natuurlijke’ gegeven. De techniek van deepfakes herinnert ons eraan dat we er veel voor overhebben om geen gezichtsverlies te lijden ten aanzien van onze eigen eindigheid. Chronologisch omgekeerd verteld ziet The Tsugua Diaries dan weer poëzie in verval, in de simultane opbouw en afbraak van het banale. Klein en geconfronteerd met hun eindigheid zijn ook de dutsen die Emma De Swaef en Marc James Roels in vilten poppen vatten. Al spreekt uit hun beeltenis vooral liefde voor net die antihelden. Te midden van al deze constructies en deconstructies zouden we bijna – nee, niet echt – vergeten hoezeer een op het scherm geworpen belichaming, een beeld van een fysieke realiteit, onze bekommernissen kan dragen. In Un beau soleil intérieur en Avec amour et acharnement biedt het gelaat van Binoche mogelijk enige houvast in de verwarring die liefde heet. En wie beter dan David Cronenberg om onze diepste zorgen te belichamen, ditmaal in één enkele traan. Eén beeld voor een archipel aan menselijke verzuchtingen. Een landschap.

 

↓ Bestel hier jouw exemplaar↓

gerelateerde artikelen
 

Land Marks

Terwijl de historische Zwitserse filmzaal Le Plaza renoveert, krijgen externe curatoren vrij spel in haar vitrine. Curator en onderzoeker Julian Ross blikt terug op een programma dat hij er in april samenstelde en licht en passant een tipje van de sluier over het thema van het volgende Fantômas-nummer.

Fantômas #3: voor altijd groen

De nog jonge kunstvorm film meet zich graag jeugdigheid aan. Als om zich voor altijd de verse loot aan een robuuste stam te kunnen wanen grijpen z’n vormen en verhalen – vooral wanneer ze het adolescente leven verbeelden – vaak naar een springerig, stuurloos karakter, zich vastklampend aan de ostentatieve onrust die losbarst uit alle kanten nergens op groeiende lijven en levens.

 
 

Fantômas #2: vrij verlangen

Wat behelzen geluid en bewegend beeld dat geschreven tekst niet herbergen kan? Schrijven over film impliceert altijd tekortkomen. Die spanning stimuleert heel wat teksten in ons tweede nummer. Het prijzen van de onvatbaarheid van een film die de schrijver tegelijkertijd probeert te vatten is een paradoxale evenwichtsoefening. Koorddansen vraagt uiteindelijk om een sprong in het ongewisse.

Fantômas #1: het geheugen, de herinnering

Het verleden is nooit dood. Het is niet eens verleden tijd. Die memorabele gedachte van William Faulkner spookt bij uitstek door elk bewegend beeld. In zijn meest oorspronkelijke vorm is film niet minder dan gestolde tijd, uitgekristalliseerd in 24 beelden per seconde. De filmgeschiedenis is dooraderd met werken waarvan de vertelling in de herinnering duikt, of waarin de herinnering opduikt in de vertelling; talloze cineasten — van gisteren, vandaag en morgen — maken van het geheugen hun ontginningsterrein.

 
 

Fantômas blijft spoken

Op 29 september verschenen de eerste online artikels van Fantômas.
Midden oktober lanceerden we het eerste nummer op Film Fest Gent.

In januari verschijnt het volgende nummer.
Zonder VAF-steun.