Met z’n negenen onderweg naar negen tempels in de hoop hun matriarch een langer leven te gunnen, en zelf in het reine te komen, is de Thaise familie in 9 Temples to Heaven voortdurend aan het vertrekken. Vertrekken, echter, is loslaten.
Twee handen die zorgend om de jouwe worden geslagen maar je ook beletten te vertrekken. Ergens halverwege zijn eerste fictiefilm 9 Temples to Heaven vat regisseur Sompot Chidgasornpongse (die de knepen van het vak leerde als assistent bij Apichatpong Weerasethakul) het thematische web van zijn film samen in dit ene, te lang vastgehouden beeld. De hand die omsloten wordt is die van de Thaise tiener Koon (Poon Sirapob), die binnenkort naar Duitsland vertrekt om daar te studeren. De handen die de zijne insluiten zijn van een monnik die hem zonet een talisman voor de reis gaf, na hem eerst over zijn familiale verplichtingen en zijn relatiestatus ondervraagd te hebben. De antwoorden van Koon klinken eerder omzichtig, ontwijkend zelfs.
Deze ontmoeting is een van de vele die plaatsvinden tijdens de grote dagreis waarmee Koon en zijn familie de negen tempels uit de titel willen bezoeken. De baas van Koons vader had een visioen waarin hij zag hoe de matriarch van de familie, Koons grootmoeder, gered kan worden door deze negen tempels te bezoeken nog voor haar verjaardag. Wat volgt is een roadtrip waarbij de bestemmingen eendere variaties op een thema zijn en het vooral de gesprekken in de auto’s zijn die nog nagalmen tussen de bontgekleurde muren en bladgouden Boeddhabeelden. Want het zijn eerder de architecturale buitenissigheden die de aandacht van de camera weten vast te houden dan de gesprekken en gezangen bij de overhandiging van elke in de supermarkt en in bulk gekochte instant offer box. Ook cameraman Jonathan Ricquebourg (die als Fransman toch wat ervaring met oeverloos gewauwel moet hebben) lijkt de beleefdheden en plaisanterieën steevast halverwege beu te worden en dan maar op zoek te gaan naar kaders waarbinnen het streven naar het hogere en het al te alledaagse met elkaar in de clinch gaan.
Al gauw blijkt, tot niemands verbazing, ieder familielid een eigen reden te hebben om bij deze bedevaart aanwezig te zijn. In de aanschijns des doods klinken symbolen als cimbalen en het is vooral de oudste zoon, initiatiefnemer van de bedevaart, die net voor de eindstreep enkele fouten of nalatigheden hoopt goed te maken. De twee voertuigen waarin de familie van tempel tot tempel rijdt, lenen zich dankbaar tot verschillende familiale constellaties waardoor de besognes steeds vanuit een ander oogpunt bekeken kunnen worden. De subtiele verschillen in spraak en houding naar gelang van wie er zich mee in het voertuig bevindt, vertellen wellicht nog meer dan de woorden. (De familie is de plaats van het cliché bij uitstek.) Het is evenwel verfrissend dat grote emotionele uitbarstingen vermeden worden. De ongenoegens en wrevels blijven de gehele film door sluimerend aanwezig en zijn in dit familieportret nauwelijks te onderscheiden van wat men intimiteit pleegt te noemen.
De (groot)moeder, voor wie dit hele circus op poten werd gezet, wordt baloriger met de minuut. Voor haar hoeft deze hele rondgang der offergaven niet. (De economie van verlichting in ruil voor offergaven is een ander thema dat telkens weer in verschillende motieven naar voren komt. Karma is a god, maar toch vooral ook big business.) Er is echter geen ontkomen aan de centrale plaats die zij vandaag krijgt toebedeeld. Voor het laatst, zoals al snel zal blijken. Wanneer zij even haar ogen te rusten legt, wordt de naturalistische beeldvoering van het onderweg-zijn ingeruild voor een droomsequentie waarin het diepere gedruis van de nacht de bedrijvigheid van de dag opslokt. Een magisch realisme light dat nadien door de texturen van het beeld blijft spoken tot, aan het einde van de reis, wat nog rest slechts als een schaduw op de muren zichtbaar blijft.
Het beeld van de twee handen die ons, uit liefde, beletten te vertrekken, geldt wellicht nog meer voor onze doden dan voor onze levende dierbaren.
Hier vind je de vertoningsdata van 9 Temples to Heaven op Film Fest Gent.
REGIE Sompot Chidgasornpongse
SCENARIO Sompot Chidgasornpongse
FOTOGRAFIE Jonathan Ricquebourg
MONTAGE Tham Kattiyakul, Jirapat Mekkrajai, Daniel Hui, Sompot Chidgasornpongse
MET Yada Karnjanisakorn
PRODUCTIELAND Hong Kong, Singapore, Thailand, Indonesië, China, Qatar, Noorwegen, Frankrijk
JAARTAL 2026
LENGTE 140 minuten
DISTRIBUTIE –
RELEASE –
“Sleep is our personal cinema.” Bondiger dan met die woorden van Apichatpong Weerasethakul zelf kan je de ervaring van zijn films niet vatten. Vertrekkend bij een slaapstoornis verbindt Memoria persoonlijk en collectief geheugen, in een film over het proces van ontwaken.
Vraagt een film je de ogen te sluiten, dan gaat die bijna vanzelfsprekend over de tong in filmmiddens. De verschuiving van de kijkervaring in Samsara overstijgt evenwel de gimmick. Dankzij je eigen ogen.
Cannes-selectie, Film Fest Gent-opener, Oscar-inzending. Coward drukt de voetstappen van Girl en Close. Of wijkt Lukas Dhont met zijn derde film toch af van eerder begane paden?
In samenwerking met Film Fest Gent publiceren we in de reeks ‘Wide Angle’ reflecties bij filmvertoningen. Voor Michaël Van Remoortere draagt Goodbye, Dragon Inn het wezenlijke van film, van kunst, van leven.
Het graf blijkt een wieg, een bakermat voor collectief verzet in het trefzeker vormgegeven This Is Not a Burial, It’s a Resurrection van Lemohang Jeremiah Mosese, over een dorp in Lesotho dat het water aan de lippen krijgt.