Struikelend over zijn zelfgezocht vlakke levenswandel kruist Sérgio, ingenieur voor een ngo in Guinee-Bissau, het pad met mensen die zich geen onwetendheid kunnen veroorloven. O riso e a faca toont de onhandigheid van goede bedoelingen en de handigheid zich daarin te kunnen blijven wentelen.
Vrolijk zwaaiend naar voorbijgangers en meezingend met de radio in gebrekkig Arabisch maken we in O riso e a faca kennis met Sérgio, een zachtaardig en wat klunzig ogende Portugese ingenieur die in zijn afgeleefde Mercedes de Sahara doorkruist. Hij is op weg naar Guinee-Bissau, waar hem een opdracht voor een ngo wacht: een impactstudie naar de aanleg van een snelweg als onderdeel van een grootschalig infrastructuurproject. Het resultaat daarvan krijgen we echter nooit te zien; regisseur Pedro Pinho laat de professionele context voor wat ze is en richt zich op de man die met zijn goede bedoelingen een voormalige Portugese kolonie binnenrijdt.
Wanneer hij aankomt in Bissau is Sérgio een vraagteken. Een Europees niemand, een verschijning zonder voorgeschiedenis, die probeert zich een weg te banen door zijn verplichtingen. Hij loopt aarzelend over de drukke straten, weet niet goed hoe te reageren wanneer zijn buren hem ’s nachts wakker houden, maar ontmoet zo wel Diara en Guilherme, die hem het nachtleven in trekken.
Die ontmoetingen lijken aanvankelijk een opening, een kans om zich los te maken van de afstandelijke logica van zijn werk. Met Diara, een barhoudster die haar huis en zaak openstelt voor een bont gezelschap van vrienden, en Guilherme, een non-binaire Braziliaanse uitwijkeling, belandt Sérgio in een wereld van dans, seks en politieke gesprekken die tot diep in de nacht doorgaan. Daar confronteert Pinho zijn protagonist voortdurend met stemmen en situaties die zijn deugdzaamheid ondergraven.
Hoewel hij toenadering zoekt, blijft hij als Portugees een buitenstaander: iemand die de wens om te helpen verwart met de vraag om hulp. Als Europeaan is hij veroordeeld tot de marge, aangestuurd door Chinese ingenieurs, in een wereld waarin zijn opvatting van ontwikkelingssamenwerking op haar sterfbed ligt.
Sérgio’s lichaam wordt overal op afstand gehouden. In het nachtleven geeft hij zich over aan zijn lust, maar zijn nieuwe vrienden doorzien hem als zoekend en onzeker. Al lachend wordt er een toast uitgebracht op zijn consequente leven. Overal waar hij komt, probeert hij een conflictloze middenweg te bewandelen en struikelt daar voortdurend: hij verwondt zich wanneer hij lokale landarbeiders wil helpen, valt ziek uit na een bezoek aan een afgelegen gemeenschap. In zijn herhaalde pogingen om zich nergens aan te stoten, botst hij overal met de politieke en historische machtsrelaties die hij met zich meedraagt.
De ene na de andere confrontatie mondt uit in lange gesprekken, alsof de film zijn les in onwetendheid niet expliciet genoeg kan verwoorden. Wanneer Sérgio verkondigt dat hij smeergeld heeft afgewezen, wijst Diara hem erop dat zijn afkeer van corruptie een luxe is, en dat het uitdragen ervan weinig meer doet dan zijn eigen morele zelfbeeld bevestigen, een positie die alleen mogelijk is voor iemand die niet dagelijks hoeft te vechten voor basisvoorzieningen. Anderen maken hem keer op keer duidelijk dat hij geen idee heeft wat het betekent om in Guinee-Bissau te leven als vrouw, als sekswerker, als iemand zonder toegang tot stromend water. Waar sommigen misschien nog het meest van walgen, zijn zogenaamde goede mannen.
Zijn wankele moraal wordt vooral zichtbaar wanneer die van buitenaf fysiek wordt uitgedaagd: door zijn Portugese collega’s die weigeren te stoppen voor een verkeersslachtoffer of wanneer hij wordt afgeraden water uit te delen aan lokale arbeiders. Ook wanneer Diara Sérgio vraagt toe te kijken terwijl zij met een andere man vrijt, verschuift de blik. Sérgio wordt herleid tot voyeur, zijn lichaam letterlijk en figuurlijk ingeklemd tussen andere lichamen.
Wanneer hem wordt gevraagd wat hij nu eigenlijk in Guinee-Bissau heeft gevonden, blijft Sérgio steken op “veel dingen”. Hij heeft zijn werk gedaan, vrienden gemaakt en lichamen aangeraakt, nachten doorgebracht, regels gevolgd en overtreden zonder ze echt te begrijpen. Wat hij niet heeft gevonden, is een houding die hem vrijwaart van wrijving.
REGIE Pedro Pinho
SCENARIO Miguel Carmo, Paul Choquet, Luís Miguel Correia, José Filipe Costa, Tiago Hespanha, Luisa Homem, Marta Lança, Leonor Noivo, Pedro Pinho, Miguel Seabra Lopes
FOTOGRAFIE Ivo Lopes Araújo
MONTAGE Karen Akerman, Cláudia Rita Oliveira, Rita M. Pestana
MUZIEK Carpotxa, Mazulu
MET Sérgio Coragem, Cleo Diára, Jonathan Guilherme
PRODUCTIELAND Portugal, Brazilië, Frankrijk, Roemenië
JAARTAL 2025
LENGTE 211 minuten
DISTRIBUTIE Cinéma Nova
RELEASE 15 januari 2026 (België), geen release in Nederland
Vanuit een reeks kijkervaringen vervuld met verveling en afleiding maakte Leon Decock een video-essay voor de Young Critics-workshop tijdens MOOOV. In een poging te ontsnappen uit de cinemazaal reconstrueert dit persoonlijk essay de kijkervaring, op zoek naar beelden die een uitweg bieden.
Wat beweegt ons in film? Fantômas houdt de vinger aan de pols tijdens Film Fest Gent, met vandaag Pacifiction van Albert Serra, die de ledigheid van de politiek belicht.
Na Ainda estou aqui van Walter Salles vorig jaar richt nu O agente secreto van Kleber Mendonça Filho de blik op het Braziliaanse dictatuursregime van de jaren zestig tot tachtig. Welk beeld beheerst echter de herinnering?
Drie dagen na de dood van haar echtgenoot komt Vitalina aan in Portugal. Dromend van een beter leven had hij haar jaren geleden achtergelaten in Kaapverdië. In zijn krappe kamers kijkt ze nu, in Pedro Costa’s Vitalina Varela, haar migrantennachtmerrie in de ogen. Op fluistertoon gaat ze het gesprek aan met het verleden.
Met Io capitano poetst Matteo Garrone de migratietragedie op tot een avontuurlijke queeste die tegelijk vervaarlijk en ‘veilig’ aanschuurt tegen antimigratiecampagnes. Welk mededogen staat er op het spel?
Is het stilaan tijd om vraagtekens te plaatsen bij de nalatenschap van Roger Ebert? Wil de toeschouwer tegelijkertijd geschokt en gerustgesteld worden, dan is het zeer de vraag of er nog wel plaats is voor empathie bij het kijken.