Tederheid als oefening

De films van Hong Sang-soo laveren vaak tussen bedrieglijke eenvoud en meervoudig bedrog. Al is de kern steeds waarachtig. Zo ook in Nowhere to Lay My Eyes.

13.10.2026 | Stella Moore

Op Jeju-eiland groet een moeder haar aangekomen kinderen, die al enkele jaren van haar vervreemd zijn. De experimentele filmmaker Sang-hee (Kim Min-hee) en haar broer zullen een paar dagen in het gasthuis van hun moeder logeren, zodat ouder en kinderen elkaar wat beter leren kennen. De voice-over van Kim beschrijft het mooie weer en het prachtige landschap van het eiland, dat nu het thuis is van haar moeder en stiefvader. Van het mooie landschap toont de film weinig. Zoals gebruikelijk in het universum van Hong Sang-soo is hij niet geïnteresseerd in het pittoreske. Waar je een postkaartshot van de natuur zou verwachten, zoomt hij liever in op een boom die wappert in de wind. Evenmin houdt hij zich bezig met het uitkauwen van een narratief of de achtergrond van zijn personages. Wij kijken naar dit kleine stukje leven, een zoom-in van hun bestaan. Hun ervaringen en verleden leven voort in hun gestuntel en gebaren.

De wereld van Nowhere to Lay My Eyes bestaat uit Sang-hee, haar broer, haar moeder, haar stiefvader en zijn dochter. En al beweert Sang-hee in een van haar kortfilms dat ze haar positie in de wereld wel kent – “I can accept everything”, zegt haar voice-over – lijkt ze haar positie in de wereld van haar gezin niet zo goed te weten. Haar beleefde maar enigszins afstandelijke houding verhult haar ongemak, terwijl haar broer een ongemakkelijk karakter heeft, maar vrijgevig meelacht, zelfs wanneer er ten koste van hem wordt gelachen. Wanneer hun moeder laat vallen dat haar broer haar al eens op het eiland is komen bezoeken, lijkt Sang-hee hem een bedrogen blik toe te werpen. Gebroken gezinnen zijn moeilijk. Waarom zou je iemand vergeven? Vooral iemand van wie de liefde vanzelfsprekend zou moeten zijn. En wat vervelend dat je, wanneer je uiteindelijk besluit iemand te vergeven, dat ook volledig moet doen. Wat er ook in het verleden is gebeurd tussen moeder en dochter, Sang-hee heeft haar moeder nog niet helemaal vergeven en haar moeder heeft er nog niet helemaal om gevraagd.

Hong Sang-soo wentelt zich in de ongemakkelijkheid van de scènes die voor deze situatie zijn gemaakt. Lege complimenten van de dochter – “Je gezicht ziet er gezond uit” – en ongevraagd advies van de moeder over Sang-hee’s levenskeuzes. En een broer die met angstige ogen breed lachend meeknikt tijdens de stroeve gesprekken. Maar dan komt de behendige hand van Hong Sang-soo van pas. Neem niets zomaar voor waar aan. Hij knipoogt naar dat sentiment wanneer Kim een korte monoloog houdt over haar voorkeur voor fictie boven documentaires als filmmaker: “Je zal nooit weten welke documentaire de waarheid vertelt.” Ironisch genoeg stuurt Hong de kijker in zijn fictiefilms door genoeg bochten om die naar een uiteindelijke vorm van waarheid te leiden.

Want in het ongemak en de misverstanden van de gezinsleden schuilt tederheid. Het klungelige aanbod van de moeder aan haar dochter om voor haar te komen werken lijkt een verwijt aan Sang-hee, bij wie de filmcarrière weinig geld oplevert, maar is eigenlijk een uitnodiging om dichter bij elkaar te wonen. Ook hun lichaamstaal verraadt hen meermaals. Hun armen bekleed in jassen met pofmouwen raken vaak met elkaar verstrengeld in een knusse omhelzing, terwijl ze samen door de stevige wind van het eiland wandelen. Op twee afzonderlijke momenten halen zowel moeder als dochter herinneringen op aan hoe Sang-hee als klein meisje in de armen van haar moeder vloog toen ze elkaar vroeger begroetten. Beide vrouwen verlangen naar elkaars liefde, maar worstelen om die onder woorden te brengen en raken verstrikt in hun verwachtingen van elkaar.

Nowhere to Lay My Eyes is voor de kijker een oefening om tussen de lijnen te lezen, om de waarheid te zoeken waar je niet wilt kijken of niet kunt zien. Om je waardigheid te bewaren wanneer je je in eerste instantie beledigd wilt voelen. Een grote oefening voor sommigen als het om gezinsdynamieken gaat. Maar Hong Sang-soo is in deze film gul in de ontknoping, in zijn eigen minimalistische stijl. Hij verkiest kleine momenten die wijzen op een hoopvolle toenadering. Sang-hee heeft haar zak nog niet gemaakt op de ochtend van vertrek, alsof ze het verlaten van het eiland uitstelt, en haar moeder laat stiekem een van Sang-hee’s kortfilms nogmaals afspelen op YouTube als ze even alleen is. Gelukkig is de waarheidsgetrouwe camera van Hong Sang-soo aanwezig om deze losse momenten op te vangen.

Hier vind je de vertoningsdata van Nowhere to Lay My Eyes op Film Fest Gent.

REGIE Hong Sang-soo
SCENARIO Hong Sang-soo
FOTOGRAFIE Hong Sang-soo
MONTAGE Hong Sang-soo
MUZIEK Hong Sang-soo
MET Kim Min-hee, Choi Myung-gil, Kwon Hae-hyo
PRODUCTIELAND Zuid-Korea
JAARTAL 2026
LENGTE 72 minuten
DISTRIBUTIE  –
RELEASE
–

gerelateerde artikelen
 

Something old, something new

Wat beweegt ons in film? Fantômas houdt de vinger aan de pols tijdens Film Fest Gent, met vandaag twee films van Hong Sang-soo: The Novelist’s Film en Walk Up.

Show, don’t tell

Chronovisor, de debuutfilm van Kevin Walker en Jack Auen, haalt zijn titel bij een machine die naar verluidt het verleden zichtbaar maakt. Klinkt als cinema?

 
 

De bewaarder van het geheugen en het geheugen van de bewaarder

Autobiografische reflectie vormt het kloppend hart van het werk van documentarist Ross McElwee. Wat gebeurt er met hem, als maker en vader, als dat hart wordt verscheurd? Houdt film alles bij elkaar?

Herinneringen aan een blauwe jongen

Blue Heron is het indrukwekkende debuut van de Canadees-Hongaarse Sophy Romvari, die zich daarvoor deels baseerde op haar eigen jeugd. Terwijl een Hongaars immigrantengezin tracht te wennen aan hun nieuwe omgeving in Vancouver Island, lijkt hun oudste zoon steeds meer te ontsporen. En dat voor de ogen van het jonge meisje Sasha.

 
 

Bioscoopstoelen maar geen tafel

Tijdens het festival MOOOV verbleef een groep jonge filmliefhebbers in Brugge om deel te nemen aan de workshop filmkritiek van Fantômas. Tussen scherm, festivalcafé en hostel tekenden ze hun ervaringen op. Of tussen kerk en onbestaande tafel.