The man who wasn’t there

Bij Mexicaanse films denk je vaak aan gul, barok, exuberant en maximalistisch, zoals in het werk van Guillermo del Toro, Alejandro González Iñárritu en Guillermo Arriaga. Dat die associatie niet altijd opgaat, mag blijken uit Michel Franco’s Sundown, een surreële, opake diamant die zijn geheimen niet gemakkelijk prijsgeeft.

05.09.2022 | Gorik de Henau

Sommige personages fascineren zonder dat je er de vinger op kunt leggen waarom. Neill Bennett is zo iemand. Apathisch en amorf loopt hij door de plot van Sundown. Hij reageert nauwelijks op zijn omgeving, onderneemt neemt geen actie, laat de zaken op hun beloop. Van het zijn-biezen-pakken heeft hij een levenshouding gemaakt, want zodra hij op een probleem stuit, gaat hij ervandoor. Het lijkt wel alsof hij zijn leven beu is, maar wat hij dan wel wil is onduidelijk, niet in de laatste plaats voor hemzelf.

Slechts eenmaal neemt hij initiatief, en het is voldoende om de film zijn narratieve stuwkracht te geven. Als een Engels gezin (of zo lijkt het toch) op vakantie in Mexico hoort van een sterfgeval in de familie, beslissen ze halsoverkop naar huis terug te keren. Op de luchthaven veinst Bennett zijn paspoort te hebben vergeten en ze vertrekken zonder hem. Vervolgens neemt hij zijn intrek in een goedkope hotelkamer in Acapulco (het Mexicaanse Blankenberge) en zinkt weg in een poel van bier en lethargie. Hij hangt rond, pleegt wat halfhartige telefoontjes, gaat naar het strand. Dat laatste is een locus delicti in Franco’s oeuvre, want zijn personages uit de gegoede middenklasse houden er zich graag op. Na wat lusteloos geflirt begint hij een haast woordloze relatie met een plaatselijke jonge vrouw. En dat is het zowat.

Er hangt een broeierige dreiging over de gebeurtenissen, die niet wordt geduid. Maar de stoorzenders zijn aanwezig vanaf het begin. Op het strand patrouilleren zwaarbewapende leden van anonieme veiligheidstroepen en wordt op klaarlichte dag een brutale moord gepleegd. Geleidelijk aan, met minieme accenten, wordt de spanning opgedreven. Naar het einde toe breekt die los in abrupt, laconiek geweld, maar dan zonder fotogenieke stilering of de goedkope catharsis van Amerikaanse actiefilms. Daarbij hanteert de film een ongewone narratieve strategie: informatie wordt met mondjesmaat prijsgegeven. Essentiële inlichtingen verneem je terloops via een half woord in een dialoog, waardoor je als kijker je mening over de personages voortdurend moet bijstellen. De protagonist spreekt alleen Engels en de Spaanse dialogen worden niet ondertiteld, zodat je – als je de taal van Cervantes niet machtig bent – zijn talige isolement deelt.

Het vertelritme is laag, de camera-instellingen worden lang aangehouden. De helle, door de zon gebleekte fotografie contrasteert mooi met de onderkoelde vormelijke aanpak. Een soundtrack ontbreekt, we horen alleen diëgetische muziek (een bandje in een bar, een autoradio en dergelijke). Als de filmgeschiedenis een continuüm is tussen de uitersten van het cerebrale (Kubrick, Mizoguchi, Resnais) en het viscerale (Cassavetes, Cronenberg, Noé), dan schurkt Michel Franco duidelijk tegen de eerste pool aan.

We kennen de Mexicaanse cineast van etherische (Las hijas de Abril, Después de Lucía) en inhoudelijk schokkende films (Nuevo orden, Daniel y Ana). Met Sundown levert hij voor het eerst een werkstuk af waarin vorm en inhoud elkaar perfect in evenwicht houden. Want dat zijn personages vaak op een frustrerende afstand blijven, maakt hier net de fascinatie van de hele onderneming uit. Het verhaal eindigt passend in een aporie. Voor het blok gezet doet Neill Bennett wat hij als geen ander kan en verdwijnt in het decor.

REGIE Michel Franco
SCENARIO Michel Franco
FOTOGRAFIE Yves Cape
MONTAGE Óscar Figueroa, Michel Franco
MET Tim Roth, Charlotte Gainsbourg, Iazua Larios
PRODUCTIELAND Mexico, Frankrijk, Zweden
JAARTAL 2021
LENGTE 83’
DISTRIBUTIE Imagine
RELEASE 7 september 2022 (België), 8 september 2022 (Nederland)

 

gerelateerde artikelen
 

De leegte die Camillo heet

In het hart van Marco Bellocchio’s oeuvre spookt een grote afwezigheid. Sinds 1968 probeert hij in verschillende van zijn films die leegte te bevatten. Met de autobiografische documentaire Marx Can Wait, waarin hij fragmenten van zijn vroeger werk opneemt, zet hij zijn pogingen verder om wijs te worden uit het ontbreken dat mee aan de grondslag ligt van zijn maakdrang.

De poëzie van het zelfbedieningsrestaurant

Een naam als een doemdagsklok en een roadmovie langs al vaker bezochte plekken. Paul Schraders The Card Counter torst het gewicht van het verleden, maar hoe scherp staat die klok toch afgesteld en hoe verleidelijk zijn niet die goktenten, motels en andere zogenaamde tussenplaatsen?

 
 

Een gecontroleerde ontsporing

Logisch, toch? De tiende film van Alex van Warmerdam heet Nr. 10. Zoals het een Van Warmerdam betaamt, blijkt die logica evenwel bedrieglijk.

Het vindersloon van een handtasheld

Details doen ertoe in de films van Asghar Farhadi. Schijnbaar onooglijke handelingen hebben verstrekkende gevolgen, ook als hij ze moedwillig buiten beeld houdt of wegstopt tussen tirades van personages die wegzakken in een moeras van morele ambiguïteit. Zoals de held van A Hero, wiens heroïek vluchtig blijkt.

 
 

Landschap is overal

Leven in landschappen, wonen in film. Ons vierde nummer verkent hoe cinema landschappen tekent.