Na even stilte laat Visite, het Antwerpse festival voor documentaire film en audiovisueel experiment, weer van zich horen. In het programma ‘Womb Warriors’ weerklinken ongemakkelijke oergeluiden. Of is het vooral ons denken over het lichaam dat die klanken ongemakkelijk maakt?
Ik moet mijn ogen sluiten en de helende kracht van de aarde door mijn baarmoeder laten stromen. Ik moet de maan in mijn uterus voelen. Ik moet mijn handen in een omgekeerde driehoek op mijn onderbuik leggen, dankjewel zeggen en mijn eeuwige liefde geven. Maar ik kan alleen roerloos naar het scherm staren.
De minutenlange meditatiesessie voor womb healing waar de experimentele kortfilm Sugar Walls Teardom (Tabita Rezaire, 2016) mee eindigt, roept onmiddellijk weerstand bij me op. Dat heeft deels te maken met de film, waarvan de internetesthetiek mij ironisch distantieert van de spirituele inhoud, maar ook zeker met mezelf. Met de schok die ik aan het einde van elke werkdag ervaar als ik opkijk van mijn computer en ontdek dat ik een lichaam ben. Mijn menstruatie overvalt me elke maand, al kondigt ze haar komst luidkeels en onmiskenbaar aan, alsof ik steeds weer vergeet dat ik een baarmoeder heb.
Bij het programma ‘Womb Warriors’ van de twaalfde editie van het Antwerpse Visite Festival moet ik wel steeds aan mijn baarmoeder denken. En terwijl ik mijn ogen niet kan afwenden van Sugar Walls Teardom om daarbij stil te staan, wil ik van de andere films uit het programma juist graag wegkijken om zo niet met mijn eigen baarmoeder te worden geconfronteerd. De verbeelding van de baarmoeder is in die films namelijk te onverbiddelijk. Wreed, zou ik bijna zeggen, hoewel de korte documentaires met zorg omgaan met hun materiaal. Toch doen de beelden pijn. Ik vind het moeilijk om die pijn te plaatsen. Het is alsof ik geconfronteerd word met iets dat ik liever niet zie.
Ik word al enkele maanden geplaagd door nachtmerries waarin gezichtsloze dokters tussen mijn benen kijken. Ik weet niet hoe het voelt, nog niet tenminste, want met mijn 29 jaar ben ik in Nederland te jong voor een controle, en toch kan ik me de kou van het metaal van de eendenbek zo goed voorstellen dat de sensatie mijn dromen binnentreedt.
De baarmoeder op het scherm zien is hoogst ongebruikelijk, en ik voel me ongemakkelijk. En terwijl ik de films pauzeer wanneer het me te veel wordt, blijken Le Passage du col (Marie Bottois, 2022) en Y’a qu’à pas baiser ! (Carole Roussopoulos, 1971) juist over de helende werking van visuele confrontatie te gaan. In beide willen de vrouwen die hun ingreep ondergaan – de plaatsing van een spiraaltje en een abortus – met de procedure meekijken. Als de dokter een zwangerschap afbreekt in Y’a qu’à pas baiser !, kijkt de vrouw via een spiegel tussen haar benen mee terwijl weefsel en bloed via een slang worden afgevoerd.
In Le Passage du col is de vrouw die de ingreep ondergaat tevens de regisseur van de film, en door op momenten “cut” te roepen en de vroedvrouw aanwijzingen te geven neemt ze de regie over een ingreep waarvan ze zeven jaar geleden de passieve betrokkene was. In de montagekamer even later zal zij haar eigen baarmoeder op beeld zien. En wanneer het speculum in haar vagina wordt ingebracht, mogen wij ook mee kijken. We zien een roze ronde bal met kleine zwarte draadjes, de touwtjes van het spiraaltje die uit de baarmoederhals steken. Onbewust kruis ik mijn benen, het rechter over het linker, en druk ik met mijn ene knie extra hard tegen de andere, alsof ik de indringende blik van de film buiten probeer te houden. Ik druk op pauze om van de beelden bij te komen.
Laatst vertelde een vriendin me dat ze zo bang is om zwanger te raken dat ze van plan is om een hysterectomie te ondergaan. Net als veel van mijn vriendinnen is ze niet aan haar baarmoeder gehecht. Dat is, denk ik, op zijn minst gedeeltelijk een generatiekwestie, want gebaseerd op mijn anekdotisch bewijs lijken alle vrouwen die ouder zijn dan wij hun baarmoeder koste wat kost te willen houden. Niet mijn vriendin. “Haal van mijn part alles maar weg”, zegt ze. Zijn we, zoals Sugar Walls Teardom verkondigt, vervreemd van onze baarmoeder door het “koloniale kapitalistische patriarchale medisch-wetenschappelijke complex”? En hoe herstellen we een verbinding die we misschien nooit hebben gevoeld?
In de performance Grunt (2024), die live op het festival te zien zal zijn, communiceert Diane Mahín haar gevoelens over haar baarmoeder via een oergeluid. In de registratie die ik op YouTube kijk, hoor ik het ongemakkelijke gelach van de omstanders door de performance heen. Het gegrom en gekreun zijn door hun absurditeit misschien grappig, maar ik voel alleen een helse pijn. Die pijn lijkt direct uit de baarmoeder te komen. Mahín zit met gespreide knieën op een stoel, de camera filmt haar vanuit een iets verlaagd standpunt. Dan staat ze op en waggelt ze door de ruimte. Ik moet denken aan mijn menstruatiekrampen, die me soms doen grommen van de pijn. Is dit het trauma van de baarmoeder? Iets dat zo aanwezig is dat we het liever wegdenken, door niet bij dit orgaan stil te staan of het weg te wensen.
Misschien voelt het onwennig om de baarmoeder centraal te stellen, omdat in zoveel conservatieve, patriarchale gemeenschappen de vrouw alleen haar baarmoeder is. Uit weerstand om tot een orgaan gereduceerd te worden doe ik liever alsof mijn baarmoeder geen deel van mijn leven uitmaakt. Maar in ‘Womb Warriors’ krijgt de pijn de aandacht. Misschien is dat het punt: niet om de baarmoeder het belangrijkste aan de vrouw te maken, maar om de baarmoeder in het leven te integreren. Ik haal mijn benen van elkaar en druk weer op play.
Het programma ‘Womb Warriors’ maakt deel uit van het festival Visite, dat op zaterdag 26 april 2025 plaatsvindt in Out of Sight, Antwerpen. Meer informatie vind je hier.
In Orlando, ma biographie politique vat Paul B. Preciado transformatie op als vloeibaar. Zoals ook deze fluïde verfilming van Virginia Woolfs Orlando voortdurend in wording is.
Kijkend naar Les rendez-vous d’Anna (1978) ziet Michaël Van Remoortere een van zijn favoriete scènes uit Chantal Akermans oeuvre. En zolderkamers, hotels en lege koelkasten.
Bij de release van haar nieuwe film Women Talking laat video-essayist Peet Gelderblom Sarah Polley aan het woord. De combinatie van audiofragmenten van een interview en beelden uit haar werk opent de deur naar haar visie als cineast.
In haar opmerkelijke regiedebuut The Lost Daughter construeert Maggie Gyllenhaal een complex blikkenspel tussen Olivia Colman en Dakota Johnson dat vragen stelt rond moederschap. Tijdens een bijna tastbare Griekse laatzomer speelt een onzegbare aantrekkingskracht, tussen personages, bij de filmmaker en bij de kijker.
De Hongaarse pionier Márta Mészáros filmde een veelzijdig oeuvre bij elkaar. De voorkeur voor het banale en het understatement maakt haar films tot krachtdadige cinema, even persoonlijk als politiek.
Met Bergman Island vindt Mia Hansen-Løve in filmmaken zelf een uitweg vanonder het gewicht van de filmgeschiedenis en uit de patstelling tussen artistieke creatie en een verzorgende rol.
Joyland. Land van overspel en begeerte? Van neon en nacht? Van glitter en verleiding? Ja en nee. Saim Sadiqs langspeeldebuut gebruikt de naam van een pretpark in Lahore, Pakistan, vooral als wrange allegorie voor een samenleving waarvan de leden falen te ontsnappen aan de druk van traditie, familie-eer en geloof.