Toen gisteren nog morgen was

In een verdere verkenning van haar eigen verleden en dat van haar Spaanse geboorteland vindt Carla Simón kilte in een zomerzon en melancholie die verglijdt in nostalgie – of is dat laatste bovenal een projectie van ons als kijker?

25.04.2026 | Jana Van Brussel

Romería opent in het midden van de zee. Diepblauw water draait in een pirouette rond een kleine witte zeilboot in de verte. Het uitgebrande oranje van de horizon en het interlaced videobeeld geven de indruk van een hedendaagse experimentele film die korrel en imperfectie najaagt als geesten van een verleden toen het vroege digitale beeld nog een bepaalde eerlijkheid bezat. Het duurt een tijdje voor ik doorheb dat het verhaal zich in zijn geheel afspeelt in 2004 en de achttienjarige Marina Piñiero vijf dagen naar Vigo reist, aan de Atlantische kust van Spanje, om het spoor van haar overleden vader na te trekken.

Over het landschap en de personages blaast gedurende de hele film een warme zomerzon die mijn verwinterde lijf doet verlangen naar langere dagen. Marina leest voor uit het dagboek van haar biologische moeder terwijl de camera nog over de golven danst en de thema’s van de film zichzelf aankondigen in zwarte pancartes: Dag één, zal ik een spoor van mijn ouders terugvinden? Dag drie, op hoeveel manieren kun je jong zijn in de jaren tachtig? Dag vier, als je hetzelfde bloed hebt, ben je dan deel van dezelfde familie? Regisseur Carla Simón vertelt het autobiografische verhaal over haar eigen ouders, die ze verloor aan AIDS toen ze kind was. Met deze hoofdstukken als delen uit een intiem dagboek lijkt Simón een repliek te schrijven aan haar moeder. Haar zuinige vertelling verhult de werkelijke thema’s in korte scènes die door het geheel verweven zitten: een jongetje raapt schelpen op het strand; Marina’s kleine nichtjes tekenen in hun aangedampte adem op de ruit; een stiekeme sigaret in de badkamer. Herinneringen aan kindertijd, puberteit en ontluikende lichamen versmelten in een langgerekte, luie droom op het strand van Vigo.

Romería, te vertalen als ‘bedevaart’, is een ingetogen film. Behoedzaamheid tekent ook de woorden van Marina wanneer ze zich manoeuvreert in een nieuwe familiesituatie en de brug probeert te maken tussen wat haar altijd verteld is over haar vader en hoe het echt is verlopen. In een familie die ontsproot aan het conservatisme van haar grootouders en hun tijd wordt ze geconfronteerd met de neerslag daarvan op haar vader, zijn broer en hun gezamenlijke afdaling in hun druggebruik. Als verloren kleindochter verschijnt Marina voor haar grootmoeder in een zelfgemaakte rode jurk, maar de vrouw kan het meisje enkel zien als ‘slecht bloed’, als het kind van haar zoon die in haar ogen gefaald heeft. Gemarkeerd als een ongewenste rode vlek waadt Marina verder door Vigo, in scènes die verder en verder van de realiteit komen te staan.

Ondanks een zomerse setting draagt de film een koud gevoel uit. Llúcia Garcia speelt haar rol heel zuinig en droog, en lijkt een voorzichtige getuige in de mijmering van de regisseur. Romería voelt als een incoherente dagdroom, alsof Simón terughoudend was in het tot leven brengen van haar eigen verleden, misschien om het expres niet te echt te laten voelen. Ook de voice-over die uit het dagboek voorleest, lijkt aarzelend: tot twee keer toe worden dezelfde paragrafen voorgelezen, zonder dat ze een nieuw perspectief brengen. Het is het eindeloos opnieuw beleven van de schaarse relikwieën die Marina resten van haar moeder, alsof de regisseur niet dieper durft te graven, alsof een angst voor het onbekende haar tegenhoudt.

De latere surrealistische scènes voelen als een greep naar melancholie, misschien zelfs nostalgie, naar een plek en een tijd waar niemand van ons bij was, zelfs Carla Simón niet. Ze vertellen het liefdesverhaal van twee onbekende jonge mensen in de kajuit van de kleine zeilboot waarmee de film begon, zachtjes en vrijwillig wegzakkend in de uit hun naalden gespoten roes. In een ietwat freudiaanse twist speelt Marina in deze sequenties de rol van haar eigen moeder, terwijl haar vader het gezicht krijgt van haar neef Suso, gespeeld door Mitch Martín. Ook hier creëert het gebrek aan woorden een stroeve, gespannen sfeer tussen de geliefden, alsof aantrekking en afstoting een perfecte balans bereiken. Visuele elementen die bedoeld lijken om de kracht en dromerigheid aan te dikken – zoals het naakt door het bos rennen met schoenen aan – dragen eerder bij aan een gevoel van ongemakkelijkheid, alsof de projectie van de regisseur op het leven van haar ouders verder aan het ontsporen is.

Badend in een lang vervlogen tijd laat Romería me niet-dwingend verzinken in de vraag wie mijn eigen ouders waren toen ze mijn leeftijd hadden. De setting van de vroege jaren tweeduizend brengt een hunkering naar stillere tijden, pre-gen Z, pre-online-performativiteit, waar ik niet per se naar op zoek was, maar toch blij ben ze gevonden te hebben. Tegelijk blijft de film als een lichte kater hangen door het onvervulde verlangen naar iets wat nooit van jou was, naar een verleden dat je enkel van buitenaf kunt aanraken. Misschien is dat precies waar Simón op doelde.

Dit artikel maakt deel uit van de ‘Wide Angle’-reeks in samenwerking met Film Fest Gent. De andere bijdragen vind je hier.

gerelateerde artikelen
 

Ontworteling

In samenwerking met Film Fest Gent publiceren we in de reeks ‘Wide Angle’ reflecties bij filmvertoningen. In Gouden Beerwinnaar Alcarràs van Carla Simón vindt Boet Meijers het onvermijdelijke verloop van voortbestaan en verlies op het Catalaanse platteland.

De mythe van de allesomvattende moederliefde

In haar opmerkelijke regiedebuut The Lost Daughter construeert Maggie Gyllenhaal een complex blikkenspel tussen Olivia Colman en Dakota Johnson dat vragen stelt rond moederschap. Tijdens een bijna tastbare Griekse laatzomer speelt een onzegbare aantrekkingskracht, tussen personages, bij de filmmaker en bij de kijker.

 
 

De leegte die Camillo heet

In het hart van Marco Bellocchio’s oeuvre spookt een grote afwezigheid. Sinds 1968 probeert hij in verschillende van zijn films die leegte te bevatten. Met de autobiografische documentaire Marx Can Wait, waarin hij fragmenten van zijn vroeger werk opneemt, zet hij zijn pogingen verder om wijs te worden uit het ontbreken dat mee aan de grondslag ligt van zijn maakdrang.

Broerlief

Vijftien jaar lang filmde Laure Portier haar jongere broer. Het resultaat is debuutfilm Soy libre, waarin ze hem ondervraagt, volgt in zijn zoektocht en met liefde portretteert.

 
 

Martels Argentijnse moerassen

Op 3 februari ontvangt Lucrecia Martel een eredoctoraat aan KU Leuven. Een terugblik op haar oeuvre toont haar als cineaste van een land dat dreigt weg te zinken in de eigen trauma’s.

Madrid vergeet ons niet

De films van Jonás Trueba groeien mee met de stad Madrid, zoals die stad ook meegroeit met haar bewoners en bezoekers. Steeds opnieuw blazen herinneringen dat alles weer leven in.

 
 

Vrij ademen

Hoe verbeeld je de wereld zonder patriarchaat? Dramaturg en auteur Caroline Godart interviewt de Puerto Ricaanse kunstenaar Beatriz Santiago Muñoz over haar nieuwe tentoonstelling, waarin een troep radicale amazones alle schermen van het Brusselse argos overneemt. Gebaseerd op de roman Les guérillères uit 1969 van de feministische auteur Monique Wittig zorgt Oriana voor een onderdompeling in een wereld voorbij gender.