Met Kapital Europe maakt Ben De Raes een film die de onderstroom van een kapitalistische arbeidsrealiteit blootlegt, en toch de Brusselse polyfonie met geborgenheid weet te omarmen.
Terwijl ik naar de juiste woorden zoek om deze tekst aan te vatten, gieren en dreunen er in het appartementsgebouw tegenover mij slijpschijven, cirkelzagen en boren. Een ladderlift brengt bouwmaterialen naar boven en neemt puin mee naar beneden. Door geopende ramen sta ik plots oog in oog met een arbeider, gescheiden door een straatbreedte afstand. Ben De Raes’ Kapital Europe (2025) doet mij meer dan tevoren beseffen dat zichtbare arbeid vaak de vorm aanneemt van een irritatie, of het nu wegenwerken zijn, een supermarkt die de deuren sluit voor een renovatie, of een fietskoerier die onderweg valt en verlaat is. Daartegenover staat dat stedelijke realiteiten hoe dan ook een gemaakt, gebouwd, onderhouden iets zijn: ook in deze kamer werkten er ooit arbeiders, zodat ik hier nu kan leven, rusten, eten, schrijven. Kapital Europe vraagt de kijker om stil te staan bij de levens van onzichtbare migrantenarbeiders in Brussel, die de stad maken tot wat hij is. Om deze realiteiten zichtbaar te maken, wisselt de film twee fictieve arbeidersportretten af met documentaire beelden en interviews.
Op een drukke baan in Brussel rijden busjes de Roemeense Reginald – witte werkbroek, Basic Fit-rugzak – ’s ochtends voorbij. Als dagloner staat hij te liften voor een job in de informele bouwsector. Samen met een compagnon fikst hij uiteindelijk werk voor die dag: ze moeten in een flattoren een gekraakt appartement leeghalen. Over de prijs, 50 euro, valt niet te onderhandelen. Dezelfde aannemer laat hen daarna twee weken lang het appartement renoveren dat hij als investeringspand aankocht. Terwijl we Reginald zien sjouwen, afbreken, plamuren, neemt De Raes in zijn beelden de tijd die nodig is om de kijker deelgenoot te maken van deze ruimtes-in-aanleg. Zelfs van veraf is de kijker altijd betrokken in de lichamelijkheid van de repetitieve, uitputtende arbeid: het vermoeide ademen van Reginald, zijn handen die oneffenheden in de plamuur opsporen. Die nabijheid maakt een woordeloos medeleven mogelijk, dat krachtig omslaat in antipathie tegenover de aannemer, wanneer hij komt leuteren over het werkproces en uiteindelijk een oplichter blijkt die de arbeiders niet correct uitbetaalt.
Terwijl Reginald onderbetaald een woonst opknapt voor een ander, valt bij hem thuis de elektriciteit steeds uit. “Elke avond kom ik thuis en in plaats van te kunnen rusten, moet ik de lichten weer repareren,” zucht Reginald tegen zijn twee Roemeense huisgenoten. Flauwe Delhaize-worst en pruimenraki uit Moldavië kunnen de avond niet redden, zeker wanneer de huisgenoten hun plannen op tafel leggen om een tijd lang naar hun familie terug te keren en geen huur meer willen betalen. De onzekerheid en de stress die Reginald ervaart in zijn werkleven, vermenigvuldigen zich bij het thuiskomen. Ook hij begint te dromen van een terugkeer naar zijn thuis in de Karpaten, “de mooiste plek op aarde”, waar de vogels nooit ophouden met zingen en wilde beesten rondlopen in bossen met alle mogelijke kleuren groen.
Documentaire beelden van Brusselse arbeiders doorkruisen de fictieve verhaallijnen van de film. Supermarktmedewerkers, kermisventers, afwassers, taxichauffeurs en straatwerkers: de portretten in Kapital Europe openen passages naar een veelvuldige, polyfone arbeidsrealiteit. Daarom is het een logische keuze voor de film om geen homogeen, afgesloten verhaal voor te stellen, maar om in een tweede luik over te stappen op een ander verhaal, dat van Nikki. De brug tussen de twee verhalen wordt gemaakt door een interview dat de regisseur afneemt van Deliveroo-fietskoerier Adil, het eerste van een kleine reeks. Met deze gesprekken toont de film haar eigen gemaaktheid. In plaats van louter een performatieve geste te zijn, opent dit metaniveau de mogelijkheid om naar elk aspect van de werkelijkheid te kijken vanuit het achterliggende maakproces. Van films en boeken tot wolkenkrabbers en gentrificerende renovatieprojecten: altijd zijn arbeid en werk de basisvoorwaarden die men later vergeet.
De Griekse Nikki is recent in Brussel aangekomen en verdient haar brood als fietskoerier. Waar bij Reginald frustratie en kwaadheid de emotionele boventoon voeren, valt er bij Nikki vooral een gelatenheid en doelloosheid te bemerken. ’s Avonds rookt ze een joint en kijkt ze op haar smartphone naar een nieuwsverslag over bosbranden in Griekenland. Overdag bezorgt ze maaltijden op haar oude, babyblauwe damesfiets met aanhoudende kettingproblemen. Tijdens haar ritten door de stad vult een zomerse, stedelijke leegte het scherm, alsof alles net niet vol genoeg is om werkelijk te bestaan. Steeds is er een vrijer, zorgelozer leven dat lonkt: spelende kinderen, een man die een boek leest in het park, het huisfeest waar Nikki gelijktijdig met een andere fietskoerier pizza’s bezorgt. Ze slaan de uitnodiging af om mee te gaan feesten. Samen krijgen ze wel een grote fooi, die financieel welkom is maar ook een socio-economische afstand benadrukt, en de twee koeriers kappen ermee voor de dag. Ze drinken blikjes Tropico-frisdrank – “typisch Brussels, weet je” – bij een fontein, en hij leert haar wheelies te doen. ’s Avonds zitten ze langs het kanaal, en terwijl ze over hun levens praten in de avondzon nemen ook zij even deel aan een zorgelozere vorm van bestaan. Er komt echter geen einde aan het werk: de volgende dag zien we Nikki opnieuw haar ketting herstellen, zoals ze nog een tijd zal moeten doen tot ze kan sparen voor een betere fiets.
Zelfs te midden van alle onzekerheden, regelrechte uitbuiting en frustraties slaagt Kapital Europe erin om zijn personages nooit als meelijwekkende slachtoffers te portretteren. Kleine momenten van trots en blijdschap doorprikken het filmrelaas, maar ook de cinematografie speelt een cruciale rol in het benadrukken van de waardigheid van deze mensen. De keuze om op 16mm te filmen geeft de personages en hun arbeid een materiële bestendigheid, in tegenstelling tot een digitale opname die hen meer doorzichtig had kunnen maken. Ook het dankbaar gebruik van natuurlijk zomerlicht valt op: verstrooid licht valt over het steenpuin, vult werven en slaapkamers, bedekt Reginalds gezicht terwijl hij een korrelig roze muur plamuurt en Nikki’s gezicht terwijl ze in het bermgras ligt. Al dat licht spreekt boekdelen: dit zijn geen passanten, arbeidscijfers, al dan niet illegale irritaties voor de binnenlandse politiek, maar mensen met aspiraties, verlangens, een verleden en een toekomst.
Kapital Europe is geen film die zijn boodschap opdringt, maar net vragen laat ontstaan door iets zichtbaar te maken in de sociale periferieën van de Belgische en Europese hoofdstad. Uiteindelijk is het westerse vooruitgangsideaal slechts mogelijk door handwerk van mensen die al te vaak in precaire situaties leven, uitgesloten door bureaucratische en politieke beslissingen, onzichtbaar gemaakt door dezelfde kapitalistische mechanismen die hen uitbuiten. Het is de vraag of dit ideaal wel rijmt met zijn voorwaarden. Als ingetogen ode aan een migrantenarbeidersklasse keert Kapital Europe met middelen van fictie naar de kern van het documentaire: zichtbaar maken wat anders onzichtbaar blijft. Nu ik deze tekst afrond, is het donker en zwijgt de renovatiemachinerie in het appartementsgebouw tegenover mij. Binnenkort zullen er mensen in komen wonen, zal de arbeid vergeten zijn, worden er levens geleid binnen kamers die zomaar voorhanden lijken. Ik heb deze arbeid gezien, en ik probeer me vanaf morgen net wat minder te irriteren.
REGIE Ben De Raes
SCENARIO Ben De Raes
FOTOGRAFIE Jordan Vanschel
MONTAGE Rik Chaubet
MUZIEK Dani Cosmic
MET Petre Ivanov, Niki Katsoni, Amine Serock, Lubnan Al-Wazny, Benny Claessens
PRODUCTIELAND België
JAARTAL 2025
LENGTE 90 minuten
DISTRIBUTIE Dagvorm Films (België)
RELEASE 3 september 2025 (België)
Met de tentoonstelling ‘This Is What You Came For’ laat Els Dietvorst centrum en periferie elkaar ontmoeten. Een wandeling tussen projectie en tastbaarheid.
Geconfronteerd met de onuitvoerbaarheid van zijn initiële project koos Gwenaël Breës een andere aanpak. In plaats van een klassieke documentaire over een inspirerend kunstenaar werd In a Silent Way een meditatieve benadering van het artistieke scheppingsproces. Of hoe zwijgen het zenit is van alle kunst die ertoe doet.
De recente restauratie van Toute une nuit is voor nieuwe Brusselaar Michaël Van Remoortere een gelofte om de stad die Chantal Akerman in een enkele nacht bezingt te verdedigen door haar lief te hebben zoals zij is in al haar prachtige en gemankeerde overdaad.
Verrassend didactisch plaatst de documentaire Globes ons voor de vraag of film nog boudweg onderwijzend mag zijn. Niet dat Nina de Vroome zich op de kansel hijst of een belerend toontje aanslaat. Veeleer schept ze genoegen in de overdracht van kennis via film, in vormen en verhalen.
Het Brusselse platform voor productie en distributie elephy bevindt zich dit najaar op vele plekken. Naast de films als onderdeel van het aan Chantal Akerman opgedragen omnibuswerk yours, voor biënnale Con10ur in Mechelen presenteert het collectief de groepstentoonstelling Double Voiced in het Antwerpse Extra City. Hoe verhoudt hun manier van maken zich tot een politiek narratief?
Jacques Audiard wordt vaak geassocieerd met harde drama’s in een mannelijk universum, terwijl vrouwelijkheid een cruciaal ingrediënt is van zijn dromerige kronieken. Getuige Les Olympiades, een gestileerd zwart-wit sprookje dat de ‘female gaze’ introduceert in botsende portretten van jongvolwassenen die behoren tot de tindergeneratie.